Een laag inkomen beheren vraagt veel tijd en geld. Het hele bureaucratische proces van hulp vragen kan bij mensen in armoede leiden tot protest. Ook de manier waarop de persoon wordt onthaald door de hulpverlener speelt een belangrijke rol.

Het wordt al te vaak onderschat dat een laag inkomen beheren veel werk, energie, tijd en vaardigheden kost. Hulpverleners denken al snel dat zij kunnen bepalen wanneer ze een afspraak met hen kunnen maken want ze werken toch niet. Mensen in armoede doen veel rijen om aan goedkope of gratis goederen te geraken, lopen diensten af op zoek naar bewijsmateriaal voor hun noden, gaan veel te voet, wassen soms kleding met de hand en kunnen zich arbeidsbesparende toestellen in het huishouden niet veroorloven.

Hulp vragen betekent soms ook lange wachttijden op plaatsen waar men liever niet opgemerkt wordt en het doorstaan van lange screening en intake interviews, waarin men steeds opnieuw dezelfde indringende vragen moet beantwoorden. Ook dat lokt soms (stil) protest uit dat zich uit in ‘ongehoorzaamheid’. In het hulpverleningsproces zelf botsen ze vaak op administratieve en bureaucratische procedures, die haaks staan op de ervaringen in hun eigen leefwereld. Omwille van de lange wachttijden voor een sociale woning, voor begeleiding van een kind met een handicap… komt de hulp vaak te laat. Ook de manier waarop mensen in armoede onthaald worden door de hulpverlener speelt een bepalende rol: er wordt afgehaakt wanneer ze zich niet welkom of geapprecieerd voelen.

Bijdrage door Kristel Driessens en Cindy Van Geldorp