Ze volgen de richtlijnen niet van hun hulpverleners. Zo loopt het al snel mis.

Als hulpvrager stel je je extra kwetsbaar op maar wil je toch de regie in handen houden.

Een vertrouwensband tussen hulpverlener en hulpvrager maakt veel mogelijk.

De basis van een goede relatie tussen hulpverlener en hulpvrager is vertrouwen. Belangrijk is dat de hulpverlener rekening houdt met de ervaringen van mensen in armoede. Verschillende zaken kunnen ertoe leiden dat mensen in armoede bepaalde richtlijnen niet opvolgen: veroordeling van de maatschappij (en houding van de hulpverlener), schaamte (verhalen vertellen die je liever privé houdt), ontoegankelijkheid van de hulpverlening (bereikbaarheid, moeilijke woorden,…).

Relatie met de hulpverlener

Vertrouwen ligt aan de basis van een hulpverlener – hulpvrager relatie. Enkel op deze manier kan er tot een duurzame oplossing voor de gestelde problemen worden gekomen. Belangrijk hierbij is dat de hulpverlener rekening houdt met de ervaringen van mensen in armoede: gebeurtenissen uit het verleden, angsten, wensen, verlangens,… Hulpverleners oordelen en handelen te snel op basis van hun ‘buitenkant’: hun ‘problematische situatie’ en uiterlijk. De hulpvrager voelt zich dan niet erkend als mens met talenten en heeft steeds het gevoel tekort te schieten.

Schaamte

Ervaringen uit de kinderjaren zorgen ervoor dat schaamte bij mensen in armoede heel diep ingebakken zit: bij het opgroeien steeds kledij van anderen moeten dragen, aanvoelen dat men je ouders minderwaardig vindt, uitgesloten worden op school… Wie naar een hulpverlener moet stappen geeft bovendien toe dat hij/zij het niet alleen zijn plan kan trekken en dat zorgt voor schaamte. Als hulpvrager moet je bovendien over levensgebeurtenissen vertellen die je misschien liever privé houdt. Het eigenlijke doel van de bijeenkomst, begeleiding om bewuster met hun geld om te gaan, verdwijnt dan door de verregaande controle op de achtergrond.

Ontoegankelijkheid in de hulpverlening

Mensen in armoede ontvangen vaak heel veel informatie en zien door het bos de bomen niet meer. Het bureaucratische proces, de vele papieren en de verschillende diensten, is voor hen ook erg ingewikkeld en daarin worden ze niet voldoende bijgestaan. Gepaste hulp gebonden aan allerlei voorwaarden: het bezit van een identiteitskaart, een adres, een inkomen of het voorleggen van documenten,… Vele mensen in armoede kunnen niet aan deze voorwaarden voldoen zodat de toegang tot hun rechten wordt bemoeilijkt. Voor zowel hulpgever als hulpvrager is het bovendien erg verwarrend dat de wetgeving en de regels voortdurend veranderen.

Sommige diensten zijn weinig toegankelijk omdat het erg ingewikkeld is om informatie te verkrijgen of een afspraak te maken. Andere diensten zijn weinig toegankelijk omdat ze moeilijk bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. Telefoongesprekken met diensten kosten veel geld, ook zonder beltegoed moeten mensen kunnen geholpen worden.

Een teveel aan moeilijke woorden zorgt er bovendien voor dat personen in armoede niet meer kunnen volgen, een minderwaardig gevoel krijgen en dichtklappen. Het is belangrijk dat hulpverleners niet te snel veronderstellen dat hun boodschap begrepen is, eenvoudige taal gebruiken en steeds bereid zijn om hun boodschap in een andere verwoording te herhalen. Dit draagt ook bij tot de opbouw van vertrouwen.

Bijdrage door Kristel Driessens en Cindy Van Geldorp