Er is een verband tussen sociale afkomst en IQ bij kinderen. Maar begaafdheid is niet enkel het IQ en gaat over een samenspel van verschillende factoren. Ook worden er vaak verkeerde inschattingen gemaakt met een IQ test. Uit onderzoek blijkt dat de sociale afkomst meer bepalend is voor hun schoolse vaardigheden dan hun intelligentie vóór de start van hun schoolloopbaan. Intelligentie kan dus niet zomaar herleid worden tot een geboren aanleg: vooral op (zeer) jonge leeftijd kan hun leervermogen nog sterk opgekrikt worden.

Er is inderdaad een verband tussen sociale herkomst (scholing en beroepsniveau van ouders, migratieachtergrond) en het gemeten IQ bij kinderen. Het etiket ‘zwakbegaafd’ voor kansarme kinderen is echter veel te kort door de bocht. Het lijkt te wijzen op een (aangeboren, erfelijke) handicap bij kansarme kinderen, wat meestal niet klopt.

Eerst en vooral is begaafdheid een samenspel van heel wat factoren: sommigen daarvan zijn aangeboren, anderen hebben te maken met de omgeving waarin kinderen opgroeien. Kansarmoede zet helaas een rem op hun ontwikkeling: meer stress, minder speelgoed en stimulerende ervaringen, minder mogelijkheden van ouders om hen te helpen, een zwakkere gezondheid, een zwakker zelfbeeld… Bovendien gebeuren er bij IQ- metingen ook fouten waardoor de intelligentie van kansarme of migrantenjongeren vaak onderschat wordt: bijvoorbeeld worden testen tegen de klok afgenomen terwijl sommige leerlingen minder taalvaardig zijn en daarom meer tijd nodig hebben.

De sociale afkomst van kinderen blijkt op 10-jarige leeftijd méér bepalend te zijn voor hun schoolse vaardigheden dan hun intelligentie vóór de start van hun schoolloopbaan. Het wordt wellicht nog erger wanneer minder knappe kinderen uit kansarme milieus door hun levensomstandigheden verder afgeremd worden in hun ontwikkeling. Zij kunnen ‘afzakken’ tot helemaal onderaan, waardoor men gaat denken dat ze zwakbegaafd zijn. Het drama is dat heel wat kansarme of kinderen met een migratieachtergrond door dergelijke verkeerde inschattingen naar het buitengewoon onderwijs verwezen worden, of op school minder uitgedaagd worden.

CLB’s worden gelukkig steeds voorzichtiger met het gebruik van IQ-testen bij kansarme kinderen. Leerkrachten moeten ook beseffen dat een tragere ontwikkeling bij kansarme kinderen niet zomaar kan herleid worden tot een lagere aangeboren aanleg. Vooral op (zeer) jonge leeftijd kan hun leervermogen nog sterk opgekrikt worden.

Bijdrage door Leen Sebrechts