Mensen in armoede zijn geboren fraudeurs

Het gaat over heel kleine aantallen en heel kleine bedragen.

Een heel grote groep rechthebbenden durft geen uitkering aan te vragen.

Vanuit het beleid worden er buitensporige maatregelen genomen om fraude bij mensen die van een uitkering leven tegen te gaan. In werkelijkheid liggen zowel het aantal mensen met een uitkering die frauderen als de sommen die gefraudeerd worden heel laag. Nog belangrijker is het feit dat een heel grote groep (ongeveer 60%) mensen recht heeft op een uitkering of extra tegemoetkoming, maar krijgt die niet of vraagt die niet aan. Dit heet non- take- up van rechten.

Fraude is niet enkel het domein van mensen met een uitkering. Ook internationale bedrijven kunnen frauderen, mensen kunnen aan zwartwerk doen of er is illegale immigratie.

De fraude is klein en zeldzaam

Uit een studie van 2016 rond sociale fraude bij OCMW’s blijkt dat in minder dan 5% (4,59%) van de OCMW- dossiers misbruiken worden vastgesteld. Bij equivalent leefloon (financiële steun aan mensen die geen recht hebben op een volwaardig leefloon) is dat 4,62% en bij medische hulp 1,72%. Het gemiddeld bedrag per fraude dossier is voor leefloon 1.685 euro terwijl dit voor equivalent leefloon 1.662 euro bedraagt. Met fraude wordt hier bedoeld dat de feiten in het dossier niet overeenstemmen met waar de cliënt beweert recht op te hebben. En dat is dus veel minder dan in het algemeen wordt gedacht: De huidige perceptie dat OCMW-cliënten leugenaars en profiteurs zijn, wordt hiermee onderuit gehaald. Op een paar na gaat het om mensen die bijzonder kwetsbaar zijn en waarvan na onderzoek blijkt dat ze wel degelijk beantwoorden aan de voorwaarden voor financiële steun,” zegt Nathalie Debast van de VVSG (antwoord op Kamervragen 05/07/2016 Schriftelijke vraag en antwoord nr: 0464 – Zittingsperiode: 54).

Ook in Nederland werd in 2014-2015 onderzoek gedaan naar sociale fraude. In totaal ontvingen daar zo’n 30.000 mensen een leefloon. Van een preselectie van 700 mensen werd uiteindelijk slechts van 43 mensen de uitkering stopgezet omdat ze teveel buitenlands vermogen bezaten.

De sociale huisvestingsmaatschappijen vragen steeds vaker de verbruiksgegevens op van hun huurders. In 2017 werd 47 keer het verbruik opgevraagd. De Vlaamse huisvestingsmaatschappijen starten 34 procedures wegens domiciliefraude: dat is dus bij 0,02 procent van de 155.000 huurders.

In 2014 kopten bijna alle Vlaamse kranten: “Helft werklozen zoekt geen werk”. Dit cijfer is een foute interpretatie van cijfers die de RVA beschikbaar stelde. In de Factchecker van de VRT, die in overleg met RVA de cijfergegevens inkeek, komt een heel ander verhaal naar boven. Enkel de langdurig werklozen werden aan de vraag of ze werk zoeken onderworpen. Deze groep werd dan op basis van verdere selectie van drie rondes opgedeeld in werkonwillig of niet. En daarvan gaf de helft aan niet actief op zoek te gaan naar werk.
In 2013 was dus slechts 1,01 procent – en niet de helft – van het totale aantal werklozen niet actief op zoek naar werk. De stelling “één werkloze op twee zoekt niet actief naar werk” is dus fout.

Non-take-up van rechten

Uit onderzoek blijkt dat er een grote groep rechthebbenden is die hun uitkering niet aanvragen (non-take-up van rechten, Erik Schokkaert en Nicolas Bouckaert, 2011). We spreken dan over 57% tot 73%. Hierdoor lopen ze niet alleen hun leefloon mis maar ook allerlei sociale correcties (Decennium Doelen, 2017) die de overheid voorziet om te compenseren in de hoge kosten van bijvoorbeeld school of huishuur. Deze non-take-up kan een gevolg zijn van het niet weten dat ze recht hebben op een uitkering of het niet durven aanvragen uit schaamte. Ook fouten in de aanvraag voor een leefloon kunnen hiervan een gevolg zijn.