Wettelijk gezien heeft een verhuurder het recht zich er van te verzekeren dat een huurder de huur zal kunnen betalen maar er is ook sprake van discriminatie van mensen in armoede gedurende het gehele huurproces. Op de private markt besteden ze bovendien een heel groot bedrag van hun inkomen aan huur en doorheen de tijd zijn de inkomens minder gestegen dan de huurprijs. Als gevolg van een laag inkomen kunnen ze soms de huur niet meer betalen, maar er is geen groot verschil in cijfers met de gemiddelde Belg.

Gewettigd of discriminerend?

In het Groot Woononderzoek 2013 werden aan 10.000 huishoudens vragen gesteld over wonen. Bij deze groep waren er 622 huishoudens die een woning verhuurden. Aan hen werd gevraagd welke houding ze zouden aannemen indien zich een kandidaat-huurder zou aanbieden van een andere afkomst, indien dit een alleenstaande met kinderen zou zijn en indien het een kandidaat-huurder zou betreffen die afhankelijk is van een huurwaarborg van het OCMW. In antwoord op deze vragen gaf een groot aantal verhuurders toe een andere huurder te zoeken.

Wettelijk gezien heeft een verhuurder het recht zich er van te verzekeren dat een huurder de huur zal kunnen betalen. Dergelijke selectie mag echter niet gebaseerd zijn op vooroordelen op basis van kenmerken van de huurder (bv iemand met een migratieachtergrond zijn), maar moet gestaafd zijn met gegevens bv over inkomens. Is dit niet het geval, dan is er sprake van discriminatie.

In een onderzoek in opdracht van het Unia bleek dat er wel degelijk ook sprake is van discriminatie, en dit doorheen het volledige verhuurproces: van het plaatsen van de advertentie, de contactname met de kandidaat-huurder, het huisbezoek door de kandidaat-huurder, tot het tekenen en uitvoeren (of verbreken) van het huurcontract. Deze discriminatie heeft volgens dit onderzoek ook te maken met vooroordelen gebaseerd op een inschatting van verhuurders op het risico om de huur niet te kunnen betalen.

Uitgave aan huur

In het Grote Woononderzoek 2013 werd ook aan huishoudens gevraagd wat hun inkomen is en hoeveel ze uitgeven voor wonen. Van de huishoudens die een private woning huurden, betaalde in 2013 51% meer dan 30% van het inkomen aan huur. Bij de huurders van private woningen bleek 30% na het betalen van de huur onvoldoende inkomen over te houden om menswaardig te kunnen wonen.

Moeilijkheden met het betalen van de huur zijn in de eerste plaats het gevolg van een te laag inkomen. Het gemiddeld inkomen van huurders is veel minder gestegen dan de huurprijs, daarom zijn ook de problemen toegenomen. Bovendien weten we dat (tussen 2005 en 2013) de zwakste groepen (werklozen, ziek of arbeidsongeschikt) het meest getroffen werden door huurprijsstijgingen en de huurprijzen van de kleinste woningtypes (kamers, studio’s) sterker zijn gestegen dan van andere huurwoningen.

Huurachterstand

Maar leidt dit risico op het niet kunnen betalen van de huur ook effectief tot het te laat betalen van de huur? Om hierop een zicht te krijgen werd in het Grote Woononderzoek 2013 aan private huurders gevraagd of ze tijdens het afgelopen jaar hun huur één of meer keren te laat betaalden. Van de totale groep van private huurders bevestigde 9% dat dit zo was. Bij de groep met de laagste inkomens was dit 19%. Er bestaat dus een foute veralgemening over mensen in armoede en huurachterstand: er is geen groot verschil tussen de gemiddelde mens en iemand in armoede.

Bijdrage door Sien Winters